U bent hier: Home / Toelichting op de thesaurus

Scope en structuur

De scope van de Art & Architecture Thesaurus gaat veel verder dan de naam suggereert: de opgenomen termen kunnen, naast op kunst en architectuur, ook betrekking hebben op de materiële cultuur, toegepaste kunst, archeologie, archiefmaterialen en verwante vakgebieden. Qua periode bestrijkt de AAT de oudheid tot en met het heden. Kortom: de termen die nodig zijn om (digitale) documenten, archivalia, foto's, boeken en cultuurhistorische objecten van welke aard dan ook, te beschrijven.

Ofschoon de AAT aanvankelijk sterk gericht was op de westerse cultuur, wordt de scope tegenwoordig steeds meer internationaal en multicultureel.

Facetten
De AAT is ingedeeld in zeven hoofdgroepen (facetten). In principe omvatten deze facetten alle termen die nodig zijn om door de mens gemaakte objecten te beschrijven. Klik op een facetnaam voor een beschrijving.

Eigennamen (kunstenaarsnamen en plaatsnamen) zijn niet opgenomen in de AAT. Deze kunt u vinden in de eveneens door het Getty Research Institute ontwikkelde Union List of Artist Names en de Thesaurus of Geographic Names. Het RKD onderhoudt eveneens een database van Nederlandse en buitenlandse kunstenaars: RKDArtists&. Termen m.b.t. literaire of historische thematieken vindt u evenmin in de AAT. Raadpleeg hiervoor Iconclass.

Structuur van de AAT
De AAT is een hiërarchisch gestructureerde termenlijst. Iedere term maakt deel uit van een concept. Naast deze term, ook wel voorkeursterm genoemd, bevat een concept op z'n minst een uniek ID-nummer en een broader term, d.w.z. een 'parent' die het concept in de hiërarchische context plaatst. Spelvarianten, meervouds- of enkelvoudsvormen, scope notes en verwijzingen kunnen eveneens deel uitmaken van een concept. Zoals de meeste thesauri kent de AAT naast hiërarchische relaties ook equivalente en associatieve relaties.

Meer informatie hierover vindt u onder Richtlijnen

 
Omschrijving van de facetten van de AAT
 

Abstracte begrippen: Onder het facet ‘abstracte begrippen’ zijn abstracte begrippen en verschijnselen samengebracht die betrekking hebben op de bestudering en uitvoering van uiteenlopende aspecten van het menselijk denken en doen, waaronder architectuur en de kunsten in alle media en andere disciplines. Hieronder vallen ook theoretische en kritische gedachten, ideologieën, opvattingen en sociale of culturele stromingen (bijvoorbeeld: schoonheid, evenwicht, connoisseurschap, metafoor, vrijheid, socialisme).

Activiteiten: Het facet Activiteiten omvat diverse vormen van bezigheden, zowel fysieke als geestelijke, maar ook afzonderlijke gebeurtenissen, stelselmatige reeksen handelingen, methoden die worden gebruikt om een bepaald doel te bereiken en processen met betrekking tot materialen of objecten. De hier beschreven activiteiten variëren van leerdisciplines en vakgebieden tot specifieke levensgebeurtenissen, van intellectuele taken tot processen die op of met materialen en objecten worden uitgevoerd, van afzonderlijke fysieke handelingen tot complexe spelen (bijvoorbeeld: archeologie, techniek, analyseren, wedstrijden, tentoonstellingen, hardlopen, tekenen (afbeeldingen maken), corrosie).

Fysieke kenmerken: Het facet 'fysieke kenmerken' bevat de waarneembare of meetbare eigenschappen van materialen en gebruiksvoorwerpen alsmede de eigenschappen van materialen en gebruiksvoorwerpen die zich niet als afzonderlijke componenten laten scheiden. Fysieke kenmerken zijn onder meer grootte en vorm, chemische eigenschappen van materialen, structuur en hardheid, en kenmerken als oppervlakteverfraaiing en kleur (bijvoorbeeld: vlechtbandmotieven, randen, rond, verzadigd met water, broosheid).

Materialen: Het facet Materialen behelst fysieke stoffen, van zowel natuurlijke als synthetische oorsprong: van specifieke materialen die op functie zijn ingedeeld, zoals 'kleurmiddelen', tot grondstoffen die zijn gevormd of verwerkt tot producten die bij de vervaardiging van structuren of objecten worden gebruikt (bijvoorbeeld: ijzer, klei, lijm, emulgator , kunstmatige ivoor, freeswerk).

Objecten: Het facet Objecten omvat die afzonderlijke tastbare of visuele zaken die levenloos zijn en die zijn vervaardigd door menselijke inspanningen, dat wil zeggen, door menselijke activiteiten geproduceerd of vormgegeven. Het betreft zaken die kunnen uiteenlopen van gebouwen tot afbeeldingen tot geschreven documenten en, wat functie betreft, van gebruiksvoorwerp tot esthetisch object. Tevens omvat dit facet landschappelijke elementen die de context voor de bebouwde omgeving bepalen. Een descriptor verschijnt slechts één keer in de thesaurus, waarbij de plaats in de hiërarchie is bepaald op basis van het oorspronkelijke doel of de primaire ontwikkelingscontext van het object (bijvoorbeeld: schilderijen, amfora's, gevels, kathedralen, Brewster stoelen, tuinen).

Actoren en organismen: Doel van het facet Actoren en organismen is categorisering mogelijk te maken van mensen, groepen mensen en organisaties op basis van beroep of activiteit, lichamelijke of geestelijke kenmerken, of een maatschappelijke rol of situatie (bijvoorbeeld: grafici, landschapsarchitecten, bedrijven, religieuze ordes). Maar het omvat ook dieren en planten in de hiërarchie Levende organismen.

Stijlen en perioden: Het facet Stijlen en perioden bevat algemeen geaccepteerde benamingen voor stijlgroepen en afgebakende chronologische stijlperioden die van belang zijn voor de kunst en architectuur (bijvoorbeeld: Frans, Lodewijk-XIV-stijl, Xia, zwartfigurig, abstract expressionisme).
 

Print pagina http://website.aat-ned.nl/toelichting-op-de-aat/home